Kruiszorg - Met zorg verbonden
Wonen
Mensen met een licht verstandelijke beperking staan de laatste jaren steeds meer midden in de samenleving. Ze wonen in de wijk, hebben werk of dagbesteding, maken soms deel uit van het verenigingsleven en gaan uit. En dat is natuurlijk mooi. Daardoor worden ze (net als alle andere burgers) ook blootgesteld aan allerlei verleidingen. Door hun beperking zijn ze echter extra kwetsbaar, waardoor ze gemakkelijker aan deze verleidingen toegeven. Ze zijn immers relatief gemakkelijk te beïnvloeden door anderen en hebben minder controle over hun emoties en impulsen. Voor je het weet hebben ze op die manier dan een verslavingsprobleem ontwikkeld, laten zich misbruiken door mensen met slechte bedoelingen of gaan (veelal onbedoeld) over de grenzen van andere mensen heen. Bovendien is het voor de omgeving extra moeilijk om bij deze mensen aan preventie te doen. Verbale en (vooral) schriftelijke) communicatie is vaak lastig voor mensen met een LVB. En wat ze in de ene context geleerd hebben, vinden ze moeilijk te generaliseren naar de andere. Ook ontbreekt het vaak aan zelfinzicht en hebben ze een laag zelfbeeld. Allemaal factoren die het gecompliceerd maken om mensen met een LVB die risicogedrag vertonen, uit de problemen te houden.
Verdriet hoort bij het leven. Maar soms zijn mensen zo verdrietig dat het een probleem wordt. Wanneer er bijvoorbeeld geen duidelijke reden is waarom iemand verdrietig of somber is. Of wanneer het verdriet of de somberheid na verloop van tijd niet minder of zelfs erger wordt. Soms kunnen somberheid en verdriet zelfs doorschieten in een depressie, al dan niet vergezeld door suïcidale gedachten en gevoelens. Mensen die langdurig somber of zelfs depressief zijn, ervaren veel lijdensdruk. Datzelfde geldt voor hun omgeving. Want ook partners, kinderen en ouders van mensen die aan een dergelijk stemmingsprobleem lijden, ervaren de nadelige gevolgen daarvan. Hulpverleners hebben dan ook geen eenvoudige taak wanneer van hen gevraagd wordt om deze mensen hierbij te begeleiden, te behandelen en hun veiligheid te ondersteunen.
Hoe herken je stemmingsproblemen bij kinderen en volwassenen? Hoe verschillen ze van stemmingsstoornissen? Op welke manier kun je deze mensen begeleiden? Hoe signaleer je suïcidaliteit, hoe maak je het bespreekbaar? Hoe differentieer je tussen verdriet, rouw en depressie? En wat als iemand met autisme, een licht verstandelijke beperking of een migratie-achtergrond somberheids- of depressieklachten heeft? Hoe begeleid je depressieve leerlingen binnen school? En wat heeft het gezin of het wijdere sociale netwerk van iemand met stemmingsproblemen nodig qua ondersteuning?
Emoties

Autisme
Wie autisme heeft, loopt in het dagelijks leven tegen vanalles aan. Vaak ontgaat deze mensen bijvoorbeeld het grotere geheel, doordat ze de neiging hebben zich op de details te richten. Ook de communicatie met anderen is veelal ingewikkeld en ook veranderingen en onvoorspelbare situaties zijn voor hen vaak moeilijk te hanteren. Stress, angst, boosheid of zelfs "ontregelen" kunnen dan het gevolg zijn. En wie stress heeft, angstig of boos is, heeft daar last van op school, het werk en binnen het gezin. Wanneer je brein immers in de stress-stand staat, stop je met ontwikkelen en groeien. Omgekeerd kunnen klasgenoten, collega's, leerkrachten en gezinsleden van mensen met autisme dan weer last hebben van de stress-reacties van de persoon met autisme. Het is voor mensen met autisme én hun sociale omgeving dus van het grootst mogelijke belang dat zij leren om hun autisme te hanteren. Als ouder, hulpverlenings- of onderwijsprofessional die werkt met mensen met autisme is dat dus een belangrijke, maar vaak ook moeilijke opdracht.